Analyse UFO-meldingen door Britse straaljagerpiloten in 1990

Eind jaren ’90 ontving de UFO-Werkgroep Nederland (UWN) een audiocassette met een opname van radiocommunicatie tussen drie Britse Tornado-straaljagers en de Nederlandse militaire luchtverkeersleiding. De UWN maakte deze opname op 17 december 2005 bekend op de vorige versie van deze webpagina. Te horen is dat piloten van twee Tornado-straaljagers aan de militaire luchtverkeersleiding melden dat ze een groot onbekend vliegend object waarnemen. Uit de communicatie kan worden afgeleid dat de bemanningen (de Tornado is een tweezitter) het object niet kunnen identificeren en dat de militaire luchtverkeersleiding het niet kan waarnemen op radar.

Meteen na publicatie van deze webpagina maakten onderzoekers uit binnen- en buitenland ons erop attent dat er reeds eerder onderzoeken naar de oorzaak van de waarnemingen van de Britse piloten waren gepubliceerd. Bij deze onderzoeken hadden de onderzoekers niet de beschikking over de geluidsopname van de radiocommunicatie van de Tornado’s.

Hieronder geven we een samenvatting van hetgeen in de vorige versie van deze webpagina was te lezen. Daarna volgen de resultaten van oud en nieuw onderzoek dat in deze zaak is gedaan.

Tornado-straaljager
Panavia Tornado Foto: © Chris Lofting

De radiocommunicatie

Geluidsopname en transcriptie
In de Engelse transcriptie is de letterlijke tekst te lezen van de opgenomen radiocommunicatie. Op die pagina vindt u tevens een link naar de download-pagina van de geluidsopname. Ook is er een link naar de Nederlandse vertaling van de transcriptie.

Datum en tijd
Airlift, het maandblad van de intussen opgeheven Nederlandse militaire luchtvaartcommunicatie-luistergroep SC-MAC, meldde in editie 24 van januari 1996 dat de communicatie plaatsvond op 5 november 1990. Deze datum werd bevestigd door de maker van de opname, die direct na publicatie van de vorige versie van deze webpagina contact met ons opnam. Hij verklaarde dat hij er zeker van was dat hij de opname had gemaakt op 5 november 1990 om 19.00 uur MET (middeleuropese tijd). Dit tijdstip is gelijk aan 18:00 UTC.

Militaire luchtverkeersleiding
De militaire luchtverkeersleiding en de gevechtsleiding van de luchtmacht worden in Nederland verzorgd door het Air Operations Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM), een onderdeel van de Koninklijke Luchtmacht. Bij radiocommunicatie met vliegtuigen heeft de militaire luchtverkeersleiding de roepnaam Dutch Mil. Deze roepnaam is te horen in de radiocommunicatie.

Luchtmachtbasis Laarbruch
Uit de geluidsopname kan worden afgeleid dat twee Tornado-straaljagers (637A & 637C) net waren opgestegen vanaf de toenmalige Britse luchtmachtbasis RAF Laarbruch in Duitsland. Deze twee Tornado’s moeten kort na take-off vanuit het oosten het Nederlandse luchtruim zijn binnengevlogen. De vliegbasis Laarbruch lag dichtbij de Nederlands-Duitse grens en destijds was het de thuisbasis voor drie squadrons Panavia Tornado’s. In 1999 werd Laarbruch gesloten en in 2003 heropend als Airport Weeze-Niederrhein.

Koninklijke Luchtmacht
De opname en de transcriptie hebben we aan de Koninklijke Luchtmacht voorgelegd. In november 2005 verklaarde vaandrig Joost Kuipers van de Staf Voorlichting van AOCS NM dat hij geen onderzoeksrapport heeft kunnen vinden over dit voorval. Kuipers zei ook dat de luchtmacht eigen opnames van de communicatie niet meer in bezit had.

Eerdere onderzoeken

De Britse ufoloog Joe McGonagle bracht ons in contact zijn collega’s Gary Anthony en David Clarke. Zij stuurden ons relevant materiaal over deze zaak, waaronder een zeer interessante ‘signal’ (telex) uit 1990, die was gezonden aan het Britse ministerie van Defensie in Londen. De signal werd vrijgegeven onder een voorloper van de wet op de openbaarheid van informatie. Gegevens uit de signal in combinatie met de opgenomen communicatie stelden ons in staat om de posities van de Tornado-straaljagers met redelijke zekerheid te bepalen. Voor details hierover zie de signal-pagina.

De ufoloog Gary Anthony maakte naar aanleiding van een artikel in Flying Saucer Review (vol. 26 nr. 2 – mei-juni 1991) een analyse van deze zaak. Hij ontdekte dat een onderdeel van een Russische Proton-raket, die was gebruikt voor de lancering van een Gorizont-satelliet, bij terugkeer in de atmosfeer was verbrand boven West-Europa op het moment dat de waarnemingen door de Britse piloten werden gedaan. Het Britse UFO Magazine kwam in de editie van augustus 2002 met het artikel The 1990 Tornado UFO Sighting geschreven door Richard Foxhall, waarin de openbaarmaking van de Defensie-signal werd gemeld (zie boven). In UFO Magazine van oktober 2002 publiceerden David Clarke en Andy Roberts een antwoord waarin de verklaring voor de sighting werd beschreven: een naar de aarde terugkerend deel van een Proton-raket. Het artikel was getiteld: The 1990 Tornado UFO sighting: Re-entry by satellite booster cited as likely explanation (DeUFO-sighting van de Tornado’s uit 1990: de terugkeer van een satelliet-startraket als waarschijnlijke verklaring).

Gary Anthony herevalueerde de Tornado-zaak na Foxhalls artikel in UFO Magazine van augustus 2002. Anthony plotte alle bekende civiele en militaire vlietuigposities, trok zichtlijnen naar de waargenomen verschijnselen, berekende tijdzone-verschillen en de passage van het ruimteschroot. Anthony verklaarde dat de resulterende correlatie duidelijk maakte dat het Gorizont-onderdeel verantwoordelijk was voor alle waarnemingen, zoals al eerder werd gedacht. Het op spectaculaire wijze verbrandende onderdeel van de Proton-raket was over Zuidwest-Frankrijk richting Praag gevlogen. Het onderzoek door Clarke, Roberts en Anthony toonde aan dat de Britse piloten het verbrandende ruimteschroot moeten hebben waargenomen, maar dat ze het niet als zodanig hebben herkend. Tevens meldden Anthony en Clarke dat piloten van tenminste vier passagiersvliegtuigen vliegend op verschillende plaatsen boven Europa het fel oplichtende ruimteschroot rond 18:00 UTC (19.00 uur MET) eveneens hadden gezien en er melding van hadden gemaakt.


Traject van herintredend Proton-raketonderdeel 1990-094C op 5 nov. 1990.
Tornado-vlucht 603 boven Ypenburg om 18:00 UTC.
Ontwerp: © Gino Smeulders

Onafhankelijk van hen was ook SEPRA, een afdeling van de Franse ruimtevaartorganisatie CNES, tot dezelfde slotsom gekomen, namelijk dat het hier waarnemingen van een herintredend Russisch raketonderdeel betrof [1]. Nicholas Johnson van het NASA Space Debris Program en ruimtevaartdeskundige James Oberg conludeerden hetzelfde. Oberg publiceerde hierover in het artikel Case Studies in Pilot Misperceptions of “UFOs” [2](Gevalsanalyses van mispercepties van “UFO’s” door piloten).

[1] Charente Libre, 10 nov. 1990. Bron: Univers OVNI.
[2] Bron: Homepage Peter Smith.

Derde Proton-rakettrap

We hebben deze zaak in december 2005 voorgelegd aan de bekende Canadese satelliet-expert Ted Molczan. Hij informeerde ons dat op 3 november 1990 vanaf de Russische raketbasis Baikonoer de communicatiesatelliet Gorizont 21 werd gelanceerd met een raket van het type Proton. Ongeveer tien minuten na lift-off werd de derde trap van de raket afgestoten. Deze kreeg het COSPAR-identificatienummer 1990-094C en NORAD-identificatienummer 20925. De derde trap is 6,50 meter lang, 4,15 meter in diameter en heeft een massa (nadat de brandstof is opgebrand) van 4.185 kg [3].

Op de afbeelding van een Proton-raket hiernaast is de derde trap aangegeven als ‘third stage’. De derde trap raakte na de afstoting in een lage baan om de aarde en zou binnen enkele dagen in de dampkring van de aarde verbranden. In de RAE Table of Earth Satellites 1990 [4] wordt vermeld dat 1990-094C op 5.75 november 1990 terugkeerde in de aardatmosfeer. Dit komt overeen met 5 november 1990 om ongeveer 18:00 UTC (19.00 uur MET).

De RAE Table of Earth Satellites 1990 vermeldt in een voetnoot over 1990-094C tevens: “De terugkeer in de dampkring werd waargenomen vanuit British Midland vlucht BD991, toen het vliegtuig de Belgische kust naderde, en vanuit Tsjechoslowakije, Frankrijk en andere Europese landen.”

[3] Encyclopedia Astronautica.
[4] RAE 1990. Controller HMSO, Londen, 1991. © Crown Copyright. Met dank aan Ted Molczan.

Het traject

De Franse pers besteedde in diverse artikelen aandacht aan de herintredende satelliet, die door veel mensen was waargenomen. Ted Molczan berichtte ons dat er onder de waarnemingsrapporten een aantal faxen is van de hoogaangeschreven Franse astronoom en satellietwaarnemer/-analist Pierre Neirinck. Neirinck schreef ons dat hij indertijd 200 meldingen m.b.t. de herintreding van deze rakettrap had ontvangen. In totaal heeft hij tot nu toe ca. honderd herintredingen van satellieten geïdentificeerd. Hij schreef op 5/6 november 1990 in een fax dat “de opeenvolging van veelkleurige lichten waargenomen om 19.00 uur kenmerkend was voor de desintegratie van een kunstmatige satelliet” en dat “de diverse kleuren waargenomen door het publiek kunnen worden verklaard door de variëteit aan materialen waaruit de satelliet was samengesteld.” [6] Op 8 november 1990 schrijft Neirinck in een andere fax dat “de vergaande satelliet boven West-Europa op 5 november nu goed en correct is geïdentificeerd als het object 1990-094C.” [7]

In Neirincks netwerk zat satellietwaarnemer Daniel Karcher, die op 5 november 1990 observaties heeft gedaan van de herintredende rakettrap. Karcher bevond zich in Wittenheim, in het noordoosten van Frankrijk, dichtbij het traject van het passerende raketonderdeel. Op basis van Karchers waarnemingen konden de baangegevens van de rakettrap geldig voor de minuten van herintreding met grote precisie worden bepaald. Neirincks baangegevens van 1990-094C / 20925 in Two Line Element (TLE) formaat, geldig voor de periode rond 18:00 UTC zijn beschikbaar in dit TLE-bestand, dat kan worden gebruikt in een satelliet tracking programma voor de pc.

Ted Molczan heeft met deze baangegevens het traject berekend van 1990-094C / 20925. Op de kaart hierboven is het traject geplot. De conclusies die Molczan trekt aan de hand van zijn berekeningen kunt u lezen op de pagina Ted Molczans bevindingen.

[5] Afb. uit Proton Launch Vehicle Mission Planner’s Guide, Revision 4, March 1999. Met dank aan Ted Molczan.
[6] Fax van Pierre Neirinck. Bron: Univers OVNI.
[7] Fax van Pierre Neirinck. Bron: Univers OVNI.

De perceptie van de Tornado-bemanningen

Met behulp van de baangegevens van de verbrandende rakettrap kan worden berekend wat zijn positie was in de minuten rond 18:00 UTC (19.00 uur MET). Nevenstaande tabel toont de richtingen en hoogtes waarin de rakettrap was te zien vanuit Tornado-vlucht 603, die toen op Flight Level 270 (8.200 meter hoogte) boven Ypenburg vloog. Bij de bepaling van deze gegevens is de positie en vlieghoogte van de 603 speciaal ingecalculeerd.

In de signal lezen we dat de 603 met een snelheid van Mach 0.8 vloog, ongeveer 880 km/u. Deze snelheid is te verwaarlozen ten opzichte van de rakettrap, die boven Frankrijk nog een snelheid had van ca. 20.000 km/u. De rakettrap verscheen vanaf 17:59:13 UTC boven de horizon van de 603, op azimut [8] (kompasrichting) 217 graden. We weten dat de 603 op een koers van 100 graden vloog. Hieruit kunnen we afleiden dat de verbrandende rakettrap aan de rechterzijde van de 603 boven de horizon verscheen. In de radiocommunicatie horen we dat de 603 het onbekende verkeer op positie “twee uur” meldt. Bij een koers van 100 graden betekent “twee uur” een azimut van 160 graden [9]. Om 18:01:00 UTC vinden we de azimut 162 graden. De rakettrap bevond zich toen op een verticale hoek van 7 graden boven de straaljager, ofwel 7 graden boven de horizon zoals gezien vanuit de straaljager. Dit is goed in overeenstemming met de communicatie, waarin de piloot zegt dat hij het onbekende verkeer “iets hoger” ziet dan hijzelf vliegt. De rakettrap is tijdens de gehele passage nooit meer dan 7 graden boven de horizon van de 603 geweest. Om 18:02:58 UTC verdwijnt het oplichtende ruimteschroot op azimut 94 graden (vrijwel rechtvoor) onder de horizon van de 603, die op een koers van 100 graden vloog. Vanuit de 603 gezien, is de verbrandende satelliet in totaal 2 minuten en 45 seconden boven de horizon geweest.

Herintredende satellieten ondergaan tussen 120 km en 60 km hoogte door de dichter wordende atmosfeer binnen enkele minuten een dramatische snelheidsvermindering van ca. 30.000 km/u naar 2.000 km/u. De krachten die gepaard gaan met deze bijzonder krachtige vertraging hebben meestal als gevolg dat de satelliet in stukken breekt. Rond 18:00 UTC was de hoogte van 1990-094C ca. 80 km boven de aarde en was het proces van desintegratie in gang. De verbrandende brokstukken afzonderlijk produceerden licht dat over honderden kilometers afstand zichtbaar was. Te zien was een aantal lichtpunten dat in een groep langs de hemel bewoog.

Piloten zijn geoefende waarnemers van het luchtruim. Hoe konden ze de indruk krijgen dat ze een ongeïdentificeerd luchtvaartuig waarnamen?

Om 18:00 UTC vlogen de Tornado-bemanningen in het donker. De zogenoemde ‘uniforme daglichtperiode’ in Nederland eindigde op 5 november 1990 om 16:20 UTC. De maan was om 18:00 UTC een paar graden boven de noordoostelijke horizon verschenen. De meteorologische gegevens wijzen uit dat er net onder een hoogte van ca. 3.000 meter mogelijk een dunne laag bewolking aanwezig was, maar daarboven was er weinig tot geen bewolking [10]. Het zicht was goed. De tweekoppige bemanningen (piloot en systeem-operator) van de Tornado’s zagen een groep lichten passeren die gedurende enkele minuten zichtbaar bleef en die schijnbaar op iets grotere hoogte dan zijzelf vloog. Omdat het donker was, was niet duidelijk of deze lichten onafhankelijk van elkaar bewogen of onderdeel waren van een luchtvaartuig. De visuele illusie dat dit lichten waren van een luchtvaartuig kon echter gemakkelijk ontstaan omdat de lichten op een schijnbaar geringe afstand van elkaar, met een gelijke snelheid, in dezelfde richting bewogen. Er waren ook rooksporen te zien die leken op condensstrepen. Tevens veranderde de positie van de lichten ten opzichte van elkaar waarschijnlijk niet, wat een versterking van de illusie gaf dat de lichtpunten de contouren aangaven van een vast voorwerp.

Het menselijk oog heeft de natuurlijke neiging om lichtpunten waargenomen tegen een egale, donkere achtergrond te zien alsof deze met elkaar zijn verbonden [11][12]. Hierdoor geven ze de illusie dat ze een geheel vormen. Dat dit optische effect een dergelijke illusie creëerde, was haast onvermijdelijk. De grote helderheid van de lichten in combinatie met het goede zicht kon daarnaast de indruk wekken dat de lichten zeer veel dichterbij waren dan in werkelijkheid het geval was. Tijdens de gehele duur van de waarneming merkten de piloten niets op dat deze illusie had kunnen doorbreken.

Het verwachtingspatroon van de piloten speelde waarschijnlijk ook een rol. In de communicatie horen we ze speculeren over welk vliegtuigtype ze zien. Ze verwachtten dat ze een luchtvaartuig waarnamen. Piloten zijn getraind om luchtvaartuigen in de lucht op te merken en te observeren, en deze lichtende brokstukken wekten de illusie van een passerend luchtvaartuig met lichten, zoals hierboven is beschreven.

Een herintredende en daarbij uiteenvallende satelliet bij duisternis is een relatief zeldzame gebeurtenis. Naar onze mening is de interpretatie van het verschijnsel door de piloten niet het gevolg van een ondeskundige waarneming. Hun interpretatie werd veroorzaakt door het optreden van een uitzonderlijke gebeurtenis, waarbij de visuele informatie, inclusief de tijdsduur, te beperkt was om tot een correcte identificatie te komen.

[8] Azimut / kompasrichting: noord = 0 graden, oost = 90 graden, zuid = 180 graden, west = 270 graden.
[9] Berekening: 100 + 2 / 12 x 360 = 160 graden.
[10] Upper Air Data KNMI De Bilt / Universiteit van Wyoming.
[11] Hoe de menselijke geest werkt (1997), door Steven Pinker.
[12] Consciousness: An Introduction (2004), door Susan Blackmore.

Richting en hoogte van de rakettrap
gezien vanuit vlucht 603.

Positie vlucht 603: Ypenburg
Vlieghoogte vlucht 603: 8.200 meter
Tijd (UTC) Azimut [8] Hoogte in graden Afstand in km
17:59:13 217 0 981
17:59:45 209 2 777
18:00:06 200 3 657
18:00:21 193 5 583
18:00:33 185 5 534
18:00:43 177 6 501
18:00:52 169 7 481
18:01:00 162 7 470
18:01:08 155 7 466
18:01:16 147 7 471
18:01:24 140 7 483
18:01:32 133 6 502
18:01:41 127 5 531
18:01:51 120 5 571
18:02:03 113 4 627
18:02:17 107 3 702
18:02:35 100 2 809
18:02:58 94 0 956
Bron: Ted Molczan