bijzondere lichtbol boven Curaçao in (1978)

Ex-marinier Joop Buitenhuis uit Hengelo meldt dat hij op oudejaarsavond van 1978 op Curaçao enkele malen ongeïdentificeerde lichtgevende objecten heeft waargenomen. Tenminste zes collega-mariniers waren die avond getuige van de bijzondere verschijnselen. Op de avond van 31 december 1978 was het helder weer zonder wolken, verklaart Buitenhuis. De sterrenhemel was te zien. In zijn verslag schrijft hij: “Wij bevonden ons op het terras voor het huis [van mijn collega in Willemstad] toen ik om 21.43 uur een oranjerood voorwerp waarnam in de lucht. Het kwam voor ons gezien van rechts en vloog in West zuidwestelijk richting, iets sneller dan een verkeersvliegtuig zoals wij die gewoonlijk daar zagen overkomen.”

Elektriciteit uitgevallen

De heer Buitenhuis omschrijft het voorwerp als een “iets afgeplatte, grote, heldere, oranje roodachtige bol, waarvan de onderste helft komvormig licht uitstraalde.” Hij schrijft dat het “iets kleiner was dan de maan om ca. 20.00 uur”. De hoogte t.o.v. de waarnemer was ongeveer 45 graden boven de horizon. “Omdat het geen herkenbaar voorwerp was, was de afstand tot de waarnemer niet duidelijk te zeggen, maar het voorwerp leek erg dichtbij. Ongeveer 50 à 60 meter.” Na de eerste waarneming om 21.43 uur herhaalde het verschijnsel zich tot middernacht uur nog vijf maal. De tijden heeft Buitenhuis tot op de minuut nauwkeurig genoteerd. De waarnemingsrichting was niet iedere keer precies hetzelfde; deze was westelijk of west zuidwestelijk. Iedere waarneming duurde telkens enige minuten tot het voorwerp achter de huizen uit het zicht verdween, aldus Buitenhuis. “Na de eerste of tweede waarneming hoorden wij via de radio dat meer mensen op het eiland een UFO zagen en dat op een bepaalde plek waar het gesignaleerd werd alle elektriciteit was uitgevallen.”

Kodak Instamatic

Buitenhuis schrijft verder dat hij verschillende foto’s heeft gemaakt met zijn Kodak Instamatic camera. Na ontwikkeling was daar niets op te zien. Volgens hem heeft dit vermoedelijk te maken met de [matige] kwaliteit van de camera en het kunstlicht op de grond. “Later onderzoek van de negatieven onder een micro filmvergroter leverden ook niets op,” schrijft hij. “Ik weet dat één collega destijds heeft gefilmd en dat een ander dia’s heeft gemaakt. Beiden stuurden hun films op naar Nederland om te ontwikkelen. Het resultaat hiervan is mij niet bekend.”

Vuurwerk uitgesloten

De heer Buitenhuis verklaart dat het gebeuren de volgende dag op de marinebasis Parera het gesprek van de dag was, “zowel positief als negatief”. Hij merkt verder op: “Alle waarnemers waren in dienst van het Korps Mariniers en mogen worden gezien als goede waarnemers. De richting is dan ook gezamenlijk besproken om te kijken of deze correct was. Achteraf is er zelfs met een kompas gecontroleerd of die klopte. Dit om een eventuele grap met ballonnen uit te sluiten. De wind waait op Curaçao vrijwel altijd vanuit het noorden (passaatwind), zoals ook die dag. Diverse andere opties voor wat het was, zijn onder de loep genomen maar er bleef er geen enkele over. Het was geen vliegtuig of helikopter (in 1978 waren er geen helikopters op Curaçao). Geen geluid. Ook geen gasballon. Deze varen niet in het Caribische gebied. Heteluchtballonnen ook niet, deze waren er in die tijd ook nog nauwelijks. En de richting klopt niet met de windrichting. Daarbij is het tijdstip ook niet logisch. Vuurwerk kan ook uitgesloten worden vanwege de lange duur van de waarneming, er was geen rook zichtbaar en, wederom, er was geen geluid hoorbaar.”

Volgende avond

Joop Buitenuis schrijft dat hij zich op 1 januari 1979 met enige tientallen andere personen in de openluchtbioscoop van de marinebasis bevond. “Door het voorval van de voorgaande avond lette ik telkens op de lucht. Om 20.03 uur nam ik een rood voorwerp waar op (naar mijn gevoel) zeer grote hoogte, het had de helderheid van een felle ster (bijv. Sirius) en vloog in een baan die deed denken aan een satelliet. Dit voorval werd gevolgd tussen 21.00 en 22.00 uur gevolg door vier andere waarnemingen. “Het ging hier naar mijn mening zeker niet om vliegtuigen. Er waren geen knipperende lichten te zien alleen een niet knipperend rood licht. Ik zie dagelijks vliegtuigen overkomen en dat ziet er heel anders uit.”

J. Buitenhuis