Ongeïdentificeerde radarwaarnemingen B-52 (1968)

De Amerikaanse UFO-enthousiast Terry Colvin krijgt in zijn hoedanigheid van lid van de Thailand-Laos-Cambodia Brotherhood regelmatig UFO-meldingen van veteranen die actief waren in de Vietnamoorlog (1957-1975). Onderstaand verslag ontving hij onlangs van een gepensioneerde militaire vlieger die destijds een B-52 bommenwerper bestuurde.

“Net als zovelen die bereid zijn om het toe te geven, heb ik UFO-sightings meegemaakt. Eén zo’n gebeurtenis vond plaats boven water vanuit een B-52. We vlogen aan de voorzijde van een formatie. Dat was in 1968 of 1969. Het weer was goed en het was helder. We zaten op een hoogte van 41.000 of 42.000 voet (12,5 of 12,8 km), dat kan ik me niet meer herinneren, en we keerden terug naar Guam. Ik gebruikte een radarinstelling voor het in positie blijven bij het formatievliegen – met deze instelling verscheen op die hoogte elk vliegtuig tussen ons en de oceaan op het scherm als het horizontaal binnen ca. 8 mijl (15 km) kwam. Zonder waarschuwing verscheen zo’n object. Het kwam tevoorschijn als een blip – het verscheen niet op het scherm zoals een naderend vliegtuig, het kwam gewoon uit het niets. Het manoeuvreerde aan de rechtervleugel vanaf de twee uur positie tot de vijf uur positie – dichtbij ons en dan weer een paar mijl weg, naar ons toe en van ons af, waarbij het langzaam en dan weer snel naderde. Het hield korte perioden zonder beweging dezelfde positie, gewoon in formatie vliegend met ons.

 Geen rapport

De copiloot kon niks zien, geen lichten, geen voorwerp, helemaal niks. De radar-officier nam een kijkje uit het kleine venster bij de bemanningsladder en zag niks naast de vleugel. Deze gebeurtenis duurde ongeveer tien minuten. Het manoeuvreren van dit ding was zo doelbewust en gecoördineerd dat het vlakbij ons moest zijn en beslist niet ver onder of boven ons. In essentie vloog het in formatie met ons. Dit was een UFO in de zuiverste betekenis van het woord. We waren op aanmerkelijke afstand van Vietnam en de Filipijnen, zodat er geen kwestie kon zijn van grondradar en we vlogen op een hoogte die boven en onder ons uitsluitend voor ons was gereserveerd. En dit was geen hoogte voor toevallige vliegtuigjes die op zicht vlogen; niet een of andere vent die in zijn Cessna 172 op 40.000 voet aan het rondtoeren was. Dus kon het geen naderend vliegverkeer zijn. Het was ook geen storing in de radarapparatuur. We hebben dit niet gemeld en er ook geen rapport van gemaakt. Ben ik een believer? Zeer zeker.”

Bron: UASR mailing list. Met dank aan Terry Colvin.