Ufo-incident boven Mansfield Ohio (1973)

 Een van de opmerkelijkste UFO-meldingen uit de UFO-historie is de zaak Coyne. Een UFO-ontmoeting uit 1973 met een hoog vreemdheidsgehalte die niet naar tevredenheid is opgehelderd.

De 36-jarige kapitein L.J. Coyne voerde het commando over een Amerikaanse legerhelikopter van het type Bell UH-1 ‘Huey’. Coyne had negentien jaar vliegervaring. Hij en zijn vierkoppige bemanning waren ’s avonds met een snelheid van 90 knopen (166 km/u) onderweg van luchthaven Port Columbus naar de thuisbasis Cleveland Hopkins in de Amerikaanse staat Ohio. Ze vlogen op een hoogte van 2500 voet boven zeeniveau, wat neerkwam op een hoogte van gemiddeld 1300 voet (400 m) boven het terrein, bestaand uit heuvels, bossen en grasland. Het was een rustige, heldere nacht, er waren sterren te zien en de maan kwam net op.

De 26-jarige co-piloot luitenant A.D. Jezzi bestuurde de helikopter. Aan boord waren tevens de landmachtreservisten sergeant-majoor R. Yanacsek en sergeant J. Healey, die deel uitmaakten van het 316e Medische Detachement van het Amerikaanse leger op de Vliegbasis Hopkins.

Rood licht

Om 23.00 uur vloog de Huey-helikopter 11 km ten zuidoosten van Mansfield op een koers van 030 graden. Healey merkte in het oosten een rood licht op dat naar het zuiden leek te vliegen, maar hij vond het geen luchtverkeer van belang. Twee minuten daarna merkte Yanacsek een rood licht op dat zich in het zuidoosten in de buurt van de horizon leek te bevinden. Aanvankelijk dacht hij dat het een waarschuwingslicht op een radio-zendmast was of het rode licht aan de bakboordvleugel van een vliegtuig. Hij keek er één tot anderhalve minuut naar, alvorens Coyne er attent op te maken. Coyne, die ontspannen zat te roken, keek ernaar en ging ervan uit dat het luchtverkeer in de verte was. Hij vroeg Yanacsek om het “in het oog te houden”.

Botsingskoers

Ongeveer dertig seconden later riep Yanacsek dat het rode licht op dezelfde vlieghoogte aan het samenkomen was met de helikopter en dat het op een botsingskoers lag. Captain Coyne keek naar rechts,

Bell UH-1 Huey

greep de besturing en zette onmiddellijk een duikvlucht in met vol vermogen, om een botsing met het object af te wenden. Vrijwel tegelijkertijd nam Jezzi contact op met de verkeerstoren in Mansfield en probeerde te informeren of er een straaljager actief was in het gebied. De toren bevestigde de eerste oproep van de helikopter, maar de inhoud van de vraag werd niet ontvangen. Vervolgens probeerde Jezzi tevergeefs via andere VHF– en UHF-frequenties contact te krijgen met Mansfield. Alleen de inschakelklikken van de boordradio en een toon van de zender werden op de grond ontvangen. (Achteraf ging Coyne na of er een bandopname was van het radioverkeer. Dat was niet het geval. Ook bleek dat de laatste straaljager reeds om 22.47 uur was geland.)

Sigaarvormig object

Het rode licht bleef op dezelfde peiling rechtsvoor de helikopter terwijl de helderheid sterk toenam. Coyne versnelde zijn daling tot 2000 voet per minuut (600 meter/min) en verhoogde de snelheid tot 100 knopen (182 km/u). Op het moment dat een botsing niet meer te vermijden leek, stopte het licht op zijn koers richting het westen. Volgens Yanacsek bleef het tien tot twaalf seconden voor de helikopter hangen. Coyne, Healey en Yanacsek zijn het erover eens dat het een sigaarvormig object was met een

lichte koepelvorm. Het strekte zich uit over een hoek die samenviel met de voorruit. Het was een egaal-grijze, metaalachtig uitziende structuur die afstak tegen de sterrenhemel. Yanacsek rapporteerde dat hij de indruk had dat er vensters zaten in het bovendeel. Het rode licht scheen vanuit de ‘boeg’ van het object. Een wit licht werd zichtbaar vanuit een ingesneden achterzijde. Vervolgens werd aan het achterste deel van de onderzijde een groen ‘piramidevormig’ licht zichtbaar dat leek op een schijnwerper. De groene lichtbundel gleed over de neus van de helikopter heen, zwaaide omhoog door de voorruit en nog verder omhoog – het scheen nu door de groen getinte vensters in het dak van de helikopter. Op dat moment was de cockpit gehuld in groen licht.

Wit staartlicht

Jezzi rapporteerde alleen een fel wit licht, vergelijkbaar met het landingslicht van een klein vliegtuig, dat zichtbaar was door de vensters in het dak. Na een geschatte tien seconden van ‘zweven’ voor de helikopter, begon het object richting het westen te accelereren. Nu was alleen nog het witte ‘staartlicht’ zichtbaar. Het witte licht behield zijn intensiteit, terwijl de afstand scheen toe te nemen.
Volgens Coyne en Healey leek het een duidelijke bocht van 45 graden naar rechts te maken, richting Lake Erie, en verdween het daarna boven de horizon. Healey meldde dat hij het object gedurende enkele minuten op zijn westelijke koers had gezien.

Ronddraaiend kompas

Jezzi rapporteerde dat het object sneller ging dan de snelheidslimiet van 250 knopen die geldt voor luchtverkeer dat lager dan 10.000 voet (3000 m) vliegt. Maar niet zo  snel als de 600 knopen (1100 km/u) die door de overige bemanningsleden werd gemeld. Er werd geen geluid van het object waargenomen, noch turbulentie, behalve een ‘hobbel’ toen het object zich richting het westen verwijderde. Nadat het object was gestopt met zweven voor de helikopter, merkte Coyne dat de schijf van het magnetisch kompas met een snelheid van vier omwentelingen per minuut ronddraaide. De hoogtemeter wees 3500 voet boven zeeniveau aan en de variometer gaf een stijgsnelheid van 1000 voet per minuut (300 meter/min) aan. Coyne hield vol dat de collective (hoogteregeling) van de helikopter nog steeds geheel in de neer-stand stond. De bemanning voelde dat de Huey daalde, maar de variometer gaf aan dat de helikopter steeg. Na enige seconden manoeuvreren stabiliseerde Coyne de vlieghoogte weer op 2500 voet boven zeeniveau. Zodra het onbekende object was verdwenen, werkte de radio weer. De helikopter landde daarna enige tijd later veilig op de Vliegbasis Hopkins. Een rapport werd ingediend bij de vliegdienst van de vliegbasis. Bij UFO-meldpunten kwamen vlak na het incident enkele UFO-meldingen binnen van getuigen op de grond die in verband werden gebracht met de waarnemingen van de helikopterbemanning.

Bronnen: Frits Westra